Er zijn drie momenten geweest in mijn leven die indruk op me hebben gemaakt, waar ik veel van geleerd heb, en die wil ik met jullie delen. Voor eentje schaam ik me ook. Die heb ik ook nog nooit met iemand gedeeld. Toch deel ik ze graag omdat ze me hebben gevormd en omdat ik de lessen niet voor mezelf wil houden.

 

De hond in de bevroren singel

 

Ik was 12 of 13 jaar. In het parkje waar we tijdens onze middagpauze altijd liepen, stonden we vol afgrijzen te kijken naar een hond die in het water lag. Het was mid-Februari, ijskoud en er lag ijs op de singel. En de hond was over het ijs gelopen en in het midden door het ijs gezakt. Hij kon niet uit het wak komen. Hoe hij ook spartelde en zich inspande, niets hielp, hij kreeg nergens grip. In zijn ogen zag je de angst steeds groter worden.

ijs

Wij stonden verstijfd. Wat moesten we doen? Het ijs op lopen en dan ook in het wak vallen? En onderkoeld raken? En hoe kwam je dan weer op de kant? En dan als je op de kant was, dan zag iedereen je in je natte kleren. Of moest je iets uittrekken? De schaamte! Dat nooit! Oh, wat te doen…Niemand van onze klas deed wat.

 

Plotseling kwam er een man, type ‘niet lullen, maar poetsen’, een kilootje of 30 overgewicht, uit de naastgelegen buurt met sociale woningen. Hij sprong zonder nadenken in de singel. Bijna meteen zakte hij door het ijs. Het deerde hem niet. Hij baande met zijn buik als ijsbreker een weg door het ijs naar de hond. Kennelijk kon je er gewoon staan. Hij pakte de hond, bracht hem naar de kant en gaf hem aan zijn baasje die hem met betraande ogen dankte. Zo, opgelost. We stonden met open mond te kijken.

 

Ondertussen was de bel voor het volgende lesuur allang gegaan. We waren te laat. “Geeft niet”, dachten we, “dit is een hele goede reden om te laat te zijn”. Alleen daar maakte de docente korte mette mee. “Hebben jullie geholpen? Nee? Alleen maar toegekeken en niets gedaan? Daarvoor is geen excuus.” Of ze het over het niet ingrijpen had, of het te laat zijn, liet ze in het midden.

 

 

 

ik heb in de jaren hierna nog vaak terug gedacht aan dit voorval. Waarom had ik niets gedaan ingegrepen? Waar was ik met mijn hoofd? Waarom had ik niet gewoon ingegrepen? Ik baalde ervan.

 

 

Even kijken

Jaren later in mijn studietijd kwam eindelijk mijn kans om het recht te zetten. Om te doen wat ik moest doen in zo’n situatie. En voor dit verhaal schaam ik me, ik heb het ook nooit aan iemand verteld.

 

We woonden met 16 man in hartje Amsterdam, en omdat het een vieze rotzooi was hadden we katten om de muizen weg te houden. En zoals de soms verveelde student betaamd, moesten de arme dieren originele namen hebben: Fokke en Sukke. Na Sukke kwam Herr Docktor Swaffel gevolgd door een jong poesje met een net zo prachtige slechte naam: Slikke.

 

Op een slechte dag was Slikke al een tijdje niet meer gezien. “Ze komt wel terecht”, dachten we…

 

In die tijd liep ik vaak hard langs de Amstel. Een van die keren, toen ik langs de woonboten een stuk verderop liep, hoorde ik een kat in nood. Het geluid kwam uit de richting van de woonboot. Ik stopte en ging kijken of ik iets kon zien. Van de kade kon dat niet, maar om nou op iemand anders z’n boot te gaan lopen zoeken… net een stapje te ver. En misschien kwam het wel van binnen de boot. Dus na nog even te hebben gekeken rende ik weer door. Een beetje halfslachtig werk eerlijk gezegd.

 

Ik had beter moeten kijken. Twee dagen later kwam er iemand aan de deur met een vuilniszak. Daarin zat een verzopen poesje, met aan haar halsband ons adres. Gevonden bij de woonboten.

 

Ik had mijn kans meer dan verpest.

 

 

 

 

De man met veel hartzeer

Een jaartje later kwam mijn derde kans. Het was de tijd dat er in Nederland een aantal dodelijke slachtoffers waren gevallen bij ‘zinloos geweld’. Een van de verhalen die me bijbleef was over een neger die op een vol station in elkaar getrapt werd door neo-nazi’s. Niemand had ingegrepen. Ik had vaak in gedachte mezelf in die situatie neergezet. Wat zou ik doen tegen zo’n onrecht en tegelijk zo’n overmacht.

 

Gelukkig was mijn volgende kans iets minder heftig.

Amstel HDR1Heel toevallig was het weer tijdens het hardlopen, en precies op dezelfde plek bij de woonboten. Het was een hele zonnige zondagochtend. De stad begon net te ontwaken en er waren al wat vroege vogels die van het heerlijke weer kwamen genieten.

 

In gedachte verzonken rende ik langs het water, tot ik ruw verstoord werd. Een schreeuw. En een klap. Zo’n 50 meter verderop zat een man achter een stel aan, hij was ziedend en sloeg het stelletje. En het waren geen schijterige klapjes, nee, volle vuistslagen in het gezicht. “Auw, dat moet pijn doen…” Nog half wakker en niet helemaal realiserend wat ik net gezien had, liep ik tien meter door. Ik vertraagde. Het zag er echt serieus uit. Ik stopte om de situatie in te schatten.

 

Er waren andere mensen en die zeiden er ook wat van. Een jonge vent zei iets, en ‘pats’, die kreeg een klap. Een vrouw zei er iets van en ‘pats’ – die kreeg ook een klap. Een oud dametje fietste langs en ook zij kreeg een fikse knal.

 

“Mijn god,” dacht ik “wat moet ik doen?” Iedereen die er iets van zei kreeg een oplawaai en het hielp geen meter. Maar ik zag ook dat iedereen maar een halfslachtige poging deed.

 

In die tijd deed ik aan Wing Chun, de gevechtskunst waarin Bruce Lee geschoold was. Misschien had ik de attitude wel, mijn techniek was nog lang voldoende voor een straatgevecht met een onberekenbare idioot, die buiten zinnen was. En daarbij was deze beste heer aan een goede warming up bezig.

 

Ik zat te denken hoe het zou zijn om door te lopen en dan op de weg terug weer op dezelfde plek terug te komen, wetende wat er gebeurd was zonder er iets aan gedaan te hebben. “Nee,” zei ik tegen mezelf, “dat laat ik niet gebeuren, ik grijp in”.

 

Ik zorgde snel eerst voor wat voorzorgsmaatregelen. Ik vroeg aan een vrouw of ze de politie kon bellen, ik hield twee andere hardlopers staande en vroeg of ze me wilden helpen. “Hoe?” “Gewoon achter me staan”.

 

De losgeslagen man was al een stuk van me verwijderd. Ik liep kordaat naar het midden van de straat en riep luid en duidelijk: “He! Kappen nou!”. Het werkte! Hij liet de twee gaan! “Fuck! Het werkte! Hij komt naar me toe. Shit en nu? (excuses voor het taalgebruik…)

 

“Blijven staan,” dacht ik.

 

Een van de hardlopers die me rugdekking gaf bleef op twintig meter afstand staan. Daar had ik geen echt geen bal aan. Maar de andere stond dichter bij me, een metertje of twee schuin achter me. Daar had ik wat aan. Niet dat ik dacht dat hij zou ingrijpen als het mis ging, natuurlijk niet, maar het had de illusie van overmacht.

 

De losgeslagen idioot ging recht voor me staan. Nu kon ik goed zien dat hij rood-doorlopen ogen had, en schuim rond zijn mond. Ik had letterlijk knikkende knieën. Die hij overigens goed kon zien, omdat ik een korte hardloopbroek aan had.

 

“He,” dacht ik, “hij slaat me niet meteen, wat hij wel deed met de anderen die iets zeiden. Mooi.”

 

Hij ging ziedend voor me staan en zei: “Sla me dan! Geef me een reden om je te slaan! Ik maak je af! Waar bemoei je je mee?”

 

“Nou, nee.” “Het is juist mijn bedoeling dat er niet geslagen wordt.”

 

“Waar bemoei je je mee”

 

“Ik wil alleen maar dat er geen mensen geslagen worden en dat het rustig wordt”

 

Het leek wel een eeuwigheid te duren. Hij zag mijn knikkende knieën en maakte er een opmerking over. “Klopt, ik heb knikkende knie, maar ik ga niet weg totdat je rustig bent”

 

Hij zag dat het geen zin had om met mij iets te proberen, dus stapte hij op de hardloper achter me af.

 

In een flits wist ik dat die hardloper niet zou blijven staan en dat ik dan in mijn eentje zou staan, dus voordat de ziedende man bij de hardloper was, stapte ik ervoor. Zo bleef de hardloper tenminste achter me.

 

De ziedende man werd nu nog gefrustreerder. Hij maakte een beweging om me te gaan slaan, en voordat ik er erg in had, en voordat hij me kon slaan, had ik in een reflex hem met mijn vlakke hand een klap in zijn gezicht gegeven. Niet hard, een soort waarschuwingsschot.

 

“Nu heb ik het gedaan, nu gaat ie los”. Ik zette mezelf schrap. Maar er kwam niets. Hij gaf het op. Hij draaide zich om, gaf een trap tegen een fiets en liep weg.

 

Pfieuw, dat liep goed af. Dat had ook heel anders kunnen aflopen…

 

Oja, de politie is nooit gekomen.

 

 

Waarom vertel ik dit op dit blog?

Deze gebeurtenissen zitten in mijn geheugen gegrift. Ze hebben me gevormd. Hierdoor heb ik dingen geleerd die me bevrijd hebben. Lessen in die ik heel goed kan toepassen en ook al heb toegepast in de rest van mijn leven. Lessen die ik heel erg graag deel, omdat andere mensen dan ook kunnen opstaan voor hetgeen waar zij in geloven.

 

  1. Je krijgt er spijt van als je niet opstaat voor waar je in gelooft.
  2. Het is heel eng op op te staan voor iets waar je in geloofd. Zeker als de rest van de wereld dat niet doet/lijkt te doen.
  3. Dit opstaan doe je niet in een keer. Je kan het blijven negeren, of halfslachtig doen, maar totdat je het echt doet, blijven er zich situaties voordoen waarin je uitgedaagd wordt om het wel te doen.
  4. Halfslachtig werk telt niet in dit geval. Je staat ergens voor of niet. Je grijpt in of niet. Als je ingrijpt, moet je blijven staan tot het klaar is. Niet halverwege ophouden.
  5. Als je echt ergens voor gaat staan, dan reageert de wereld daar anders op, dan als je dat halfslachtig doet. De actie om ergens overtuigend voor te gaan staan dwingt respect af. Je krijgt medestanders die willen helpen en tegenstanders worden voorzichtiger.
  6. Blijf voor je medestanders staan. Als jij door jouw actie een beweging op gang zet, blijf dan voor jouw mensen staan. Hou ze uit de heftigste wind. Ondersteun ze, totdat ze zelf er voor kiezen om naar voren te stappen.
  7. Wees geen idioot en doe het met beleid. Zorg dat je enigszins voorbereid bent op de het avontuur wat staat te wachten nadat je opstaat. Doe het op een slimme manier waardoor jezelf niet ten onder gaat. Maar doe het wel.
  8. Deze is iets meer filosofisch en te lang om helemaal uit te leggen, maar in het kort komt het hier op neer: Het verandert echt je leven. Wat je waardevol vindt, waar je gelukkig van wordt, waar je bang voor bent. Doordat je niet meer ontkent wat je echt waardevol vindt, leef je meer, leef je voller, met meer overtuiging. Ook ben je minder bang voor verlies. Het is bevrijdend. Het is het meer dan waard om op te staan voor waar je in gelooft. Het is een grote drempel, maar als je eroverheen bent, kijk je terug en vraag je je af waar je nou bang voor was.
  9. Wat houdt jullie tegen om op te staan voor waar je in gelooft? Als je even weer een duwtje in je rug nodig hebt, kom dan naar Meet-the-Mavericks. Luister naar de persoonlijke verhalen van mensen die dit hebben gedaan binnen hun organisatie. Om op te komen voor innovatie, voor nieuwe (of juist oude vergeten) manieren van denken en doen, voor het belang van de klant, de gemeenschap of de planeet.

 

Laat je inspireren; Kom naar gratis Masterclass Disruptive Mindset.

Herinner jezelf aan de Maverick die in je zit. Voel je gesteund in je overtuiging en krijg tips hoe je op een slimme manier kan opstaan voor waar je in geloofd. Ontdek dat je veel meer in je mars hebt dan je nu beseft. Blijf niet een kleine versie van jezelf en kijk of er nog plekken vrij zijn voor de volgende gratis Masterclass Disruptive Mindset.

En als je jouw verhaal wil delen, hoor ik het graag, in de comments of per mail.