Vroeger speelde we balletje-trap in de straat. Buiten onze straat noemde ze het buskruit.

Ik was één van de jongsten en ik wilde graag meespelen. Na enige twijfel mocht het: voor spek en bonen, niet voor ‘het echie’.

Dus ik speelde mee en ik mocht me verstoppen als de bal was weggetrapt. Ik werd gevonden, maar hoefde hem niet te zijn. Ik mocht mezelf vrij ‘buten’, maar ik mocht de bal niet wegtrappen zodat iedereen ‘buutvrij’ was. Ook al ging ik helemaal in het spel op, ik maakte weinig verschil want ik werd terecht niet serieus genomen.

Wanneer ging jij voor het laatst voor het echie?

Als ik in mijn training voor gevorderden vraag om voorbeelden van wanneer mensen echt ergens voor zijn gegaan, blijft het lang stil. Ze moeten goed graven. Wanneer was de laatste keer dat jij echt ergens voor ging?

 

Wanneer in je leven? En wanneer in je dagelijks werk?

Zelf moest ik ook goed nadenken. Langzaam kwamen er voorbeelden. Ik ging vol overtuiging naar University College, ondanks dat ik dacht dat ik niet goed in mijn talen was. Terwijl je vierdegraads moest kunnen voorklimmen, schreef ik me toch in voor een touwleiderscursus bergbeklimmen. Zonder garanties dat ik daar mocht blijven, ging ik werken voor een veeleisende baas bij de afdeling Innovatie & Strategie, terwijl ik daarmee de weg terug naar mijn oude baan afsneed. En een paar jaar geleden ben ik zelfs begonnen met een eigen bedrijf.

 

Goed, ik heb een paar grote beslissingen genomen die lef vereisen. Maar hoe vaak doe ik het nog in mijn dagelijks werk? Speel ik voor het echie of voor spek en bonen?

 

Het doet pijn, maar je wordt beloond

Kotsmisselijk van de hoogteziekte zijn, voeten vol blaren en een voorklimmersval van 3 meter maken. Het doet pijn. Maar ik weet één ding: ik sta in de arena. Als ik de bal wegtrap is de hele pot weer buutvrij. Het is het waard. Het enige wat ik nu nog hoef te doen, is volhouden. Stap voor stap.

 

Spelen voor het echie doet pijn, maar het levert veel op.

 

Ik weet me heel goed bezig te houden. Druk, druk, druk. Dat voelt als werk. Maar is het spelen voor het echie? En jij? Ga jij voor het echie of houd jij jezelf gewoon bezig? Of speel je om niet te verliezen? Zoek je een verstopplek die ver weg is, waar je nooit gevonden wordt, misschien zelfs vergeten? Of zoek je een plek vanwaar je ook nooit in staat bent om de bal weg te trappen voor buutvrij?

 

Wat zijn je verantwoordelijkheden echt?

Je weet dat je elke maand je salaris krijgt. Of je je nou goed verstopt of niet. Dat voelt al als een soort ‘spek-en-bonen’, toch? Wat zijn je verantwoordelijkheden, wat is je rol en wat staat er in je functiebeschrijving? En wat moet je team bereiken? Wat doe jij om die lead binnen te halen, terwijl die niet binnen je eigen taken valt?

Hoe ziet het er uit als je voor het echie speelt? Wat doe je dan?

 

Als je nou straks weer verder gaat met je werk en je leven, speel dan voor het echie. Om te winnen. Verstop je je in de buurt van de buut, op een plek waar je gezien kan worden als de bal ver komt. Een plek waar je de kans hebt om een sprint te trekken als de bal net te ver van de buut is. Speel om iets waar je je nek voor moet uitsteken om erbij te kunnen. Misschien moet je nog net iets beter worden dan je al was om het doel te bereiken. Durf jij je een grens te verleggen?