fbpx

Waarom zit ik er anders in dan de rest — en lukt het niet dat te veranderen?

Over vier grondstromen van anders-zijn, en waarom groepen hun rollen vasthouden

Marit loopt maandagochtend het kantoor binnen en ziet drie collega’s aan een bureau staan. Ze bespreken iets — ze hoort iemand lachen. Tegen de tijd dat Marit bij haar eigen plek is, is het gesprek gedempt, en één van hen zegt iets vriendelijk-nietszeggends over het weekend. Marit is vier maanden geleden van teamlid naar teamleider opgeschoven. Ze is dezelfde persoon, denkt ze — dezelfde humor, dezelfde manier van werken, dezelfde interesses. Maar iets om haar heen is veranderd. Gesprekken stokken net iets vaker als zij binnenloopt. Ze is niet meer degene bij wie collega’s terloops hun klachten kwijt kunnen. Dat gaat naar iemand anders.

Een paar kilometer verderop zit Jeroen in zijn MT-vergadering. Hij heeft een voorstel gedaan dat hem al weken bezighoudt — iets waarvan hij ziet dat ze er over een jaar spijt van krijgen als ze nu niets doen. Hij heeft het zorgvuldig onderbouwd, in drie heldere punten uitgelegd. Stilte. De voorzitter knikt vriendelijk en stelt een andere vraag. Het punt wordt niet weggestemd, niet bestreden, het wordt niet gehoord. Jeroen rijdt een uur later naar huis en weet niet meer goed of hij gek is, of dat de rest het niet wil zien.

Twee verschillende situaties. Hetzelfde gevoel: “ik zit er anders in dan de rest”. Er is een verschil tussen jou en de rest wat onuitgesproken is, maar wat wel effectiviteit en sfeer bepaalt. En — bij allebei — weten ze niet goed waarom, en zeker niet goed hoe het zouden moeten veranderen.

Dit artikel gaat over waarom mensen in teams ‘er anders in kunnen zitten’, maar ook waarom die verschillen niet gebruikt worden maar juist verergeren.

Het nieuwe persoonlijkheidstype, en waarom het tekortschiet

Eerder schreef ik een artikel over de otrovert — de term van de Amerikaanse psychiater Rami Kaminski voor een persoonlijkheidstype dat zich nergens echt bij voelt horen. Niet verlegen, niet uitgesloten, gewoon: binnen groepen altijd iets op afstand. Kaminski noemt het een aangeboren trek en presenteert het als iets waar je mee geboren wordt. Wie dat concept nog niet kent, kan dat eerste stuk lezen voor de kern.

Wat hij beschrijft wordt door velen herkent: “ja, ik volg ook niet de kudde, maar denk anders dan de rest”. Maar die herkenning betekent niet dat zijn analyse ook klopt.

Zijn kijk is een beetje te kort door de bocht. Hij verklaart met één verhaal het gedrag van anders zijn: een onveranderbare aangeboren persoonlijkheid. Er zijn namelijk veel meer mogelijke bronnen waaruit “er niet bij horen” kan voortkomen — en dat maakt verschil voor hoe je ermee omgaat.

En er is nog iets wat Kaminski nauwelijks aanraakt, maar wat in de praktijk minstens zo zwaar weegt: ook als je snapt waar jouw anders-zijn vandaan komt, lukt het vaak niet om het te veranderen. Dit komt door groepsdyanmiek. Mensen en groepen kunenn niet dan reageren op verschil – en meestal op een manier om het verschil onder controle te houden. Uitsluiten, blokeren, of er een label opplakken.

Dit artikel gaat over beide helften van dat probleem.

Mis niets van School of Mavericks.
Ontvang eens in de twee weken een inspirerend leiderschapsinzicht.
Klik hier om je e-mail door te geven

Deel 1. Vier grondstromen van anders-zijn

Als je langer nadenkt over mensen die er anders in zitten, zie je dat dat het gevolg kan zijn van vier bronnen. Soms speelt er één, vaker een combinatie. Ze verklaren niet alles, maar wel een stuk meer dan de enkele “persoonlijkheid” die Kaminski beschrijft.

1. Iets in jou

De eerste grondstroom zit in je eigen bedrading of ontwikkeling. Dat kan werkelijk aangeboren zijn — de “otrovert” van Kaminski past hier. Het kan ook een overlevingspatroon zijn: je wilde ooit wél bij een groep horen en bent daar hard voor afgestraft, en hebt geleerd dat afstand veiliger is. Het kan gaan over complexiteitsreductie: groepscodes kosten je simpelweg te veel energie, en je kiest uit economie voor minder sociale inzet.

En een belangrijke variant die apart benoemen verdient: neurodiversiteit. Mensen met een hoogbegaafd, hoogsensitief, ADHD- of anderszins neurodivers brein verwerken sociale signalen structureel anders dan de meerderheid. De codes die voor de rest vanzelfsprekend zijn, zijn voor hen letterlijk in een andere taal geschreven. De behoefte tot verbinding is vaak wel aanwezig — maar de vorm landt niet zoals bij de rest. Dit verklaart waarom veel neurodiverse mensen zich hun hele leven lang “anders” hebben gevoeld zonder daar goed een naam voor te hebben gehad.

Wat al deze varianten delen: er is iets in je eigen systeem dat maakt dat je anders gedraagt in de meederheid in de groep. Het is niet een tekortkoming. Het is een verschil.

2. Een andere wereld

De tweede grondstroom zit in waar je vandaan komt. Je hebt een andere opvoeding, een andere opleiding, een andere sector-ervaring, een andere generatie, een andere sociale klasse dan de mensen om je heen. Je bent niet gefragmenteerd — je referentiekader is volledig coherent — maar het matcht niet met dat van de groep. Je bent één-uit-de-oude-garde in een team van nieuwe aanwas, of één-uit-de-zorg in een team van techneuten, of één-uit-het-andere-bedrijf-van-de-fusie in een team dat zich nog steeds als het oude voelt.

Daarnaast — en dat is een iets specifiekere variant — zijn er mensen die tussen werelden leven. Eerste generatie hoger opgeleiden uit arbeidersgezinnen, kinderen van migranten, mensen die tussen culturen navigeren. Zij dragen niet één afwijkend referentiekader, maar meerdere tegelijk. Ze zijn permanent vertalers, tussen systemen die nooit helemaal overlappen.

In beide gevallen: de afstand tot de groep komt niet voort uit iets in jou, maar uit een mismatch tussen jouw ‘rugzak’ en die van de rest.

3. Je plek in het systeem

De derde grondstroom is deze: je bent dezelfde persoon, maar je plek in het systeem is veranderd, en de groep reageert daarop. Dit is waar Marits verhaal over gaat. Wie teamleider wordt in het team waar hij eerst teamlid was, wie als enige specialist in een team van generalisten zit, wie HR-manager is in een reorganisatietijd, wie een andere arbeidsvoorwaarde heeft dan de rest (vast tussen zzp’ers, jongste in een seniorenteam): je merkt dat de groep je anders behandelt. Informatie stroomt anders. Gesprekken verstommen net iets vaker als jij binnenkomt. Appels worden anders gedaan. De afstand ontstaat niet in jou — hij wordt voor je gemaakt.

En na verloop van tijd doet die positie ook iets met je. Wie jaren leidinggeeft, ontwikkelt een professionele houding die na een tijd niet meer als aangeleerd voelt — het is gewoon hoe je naar groepen kijkt. Wat ooit een reactie was op je positie, wordt een innerlijke gewoonte. Maar het startpunt blijft de positie. Het is het systeem dat reageerde, en jij die meeschoof.

4. Je waarden

De vierde grondstroom staat iets apart, maar hoort erbij. Sommige mensen hebben wél de behoefte om erbij te horen, en zijn ook uitstekend in staat om dat te doen — maar kiezen ervoor om het niet te doen, omdat de groep waar ze in zitten niet strookt met wat zij belangrijk vinden. De klokkenluider, de dissident, de ethicus in een commercieel team, de eenling die vasthoudt aan principes waar anderen pragmatisch in zijn geworden. De afstand komt hier niet uit onvermogen of geschiedenis, maar uit overtuiging.

Dit type anders-zijn voelt vaak eenzamer dan de andere drie. Want de behoefte is er wél, het vermogen is er wél — maar je kiest ertegen. Dat is een actieve positie, niet een passieve.

In de praktijk zijn deze grondstromen zelden los te knippen. Meestal is het een combinatie: een aanleg plus een overlevingspatroon. Een neurodivers brein plus een positie die dat extra uitvergroot. Een andere achtergrond plus waarden die afwijken. Maar de eerste winst is herkennen waar het bij jou ü̈berhaupt over gaat — want dat is nog altijd precieser dan het enkele label “otrovert.”

Verschil zou waardevol moeten zijn

Dat je anders bent, zou juist waarde kunnen toevoegen. Je kan inzichten geven die anderen niet zien. Cruciale details aandragen waar anderen een blinde vlek voor hebben. Toch zie je dat dit meestal niet gebeurt. Wat je ziet is dat het juist tot een impasse leidt, en verschillen stilgezwegen worden, of vergroot worden en niet gebruikt.

Laten we daar op ingaan waarom dat gebeurt.

Deel 2. Waarom het niet zomaar verandert

Stel dat Marit besluit dat ze het anders wil. Ze wil geen afstand tot haar team. Ze doet er moeite voor: komt weer bij het koffieapparaat staan, vraagt door bij persoonlijke verhalen, laat zien dat ze toegankelijk is. Twee maanden later constateert ze dat er weinig is veranderd. Gesprekken stokken nog steeds als zij binnenkomt.

Of neem Jeroen. Hij besluit zijn toon aan te passen: voorzichtiger formuleren, aansluiten bij wat al leeft, minder ver vooruit willen lopen. Hij merkt dat ze hem nu wél horen, maar het punt dat hij oorspronkelijk maakte is verdwenen. Hij is meer één van hen geworden, en minder degene die ziet wat nog niemand ziet. Het oude probleem is opgelost door iets op te geven dat waardevol was.

Dit overkomt mensen die hun anders-zijn proberen te veranderen vrijwel altijd. En dat is niet toevallig. Het zit in hoe groepen werken.

Rollen die niemand heeft afgesproken

Elk team heeft, onder de oppervlakte, een rolverdeling die niemand expliciet heeft afgesproken. Iemand is de kritische. Iemand is de peacemaker. Iemand is de beslisser. Iemand is degene die de sfeer bewaakt. Iemand is de kwetsbare, die wordt beschermd. Deze rollen worden niet uitgedeeld — ze ontstaan. Onbewust, op de onderstroom van de groep.

En ze hebben een functie. Niet noodzakelijk een nuttige functie, maar een stabiliserende. De groep werkt ermee — in de zin dat hij samenhangend blijft. Dat is vaak onderschat. Stereotype rollen zijn het onbewuste compromis waarmee een groep voorkomt dat ze uit elkaar valt. Iemand voelt zich verantwoordelijk voor kwaliteit en doet extra checks, zonder dat dat ergens is vastgelegd. Iemand voelt de sfeer aan en grijpt bijna onopgemerkt in als er spanning oploopt. De groep functioneert, omdat bepaalde taken stilletjes gebeuren. Maar het werkt zelden optimaal: de rolhouders dragen vaak meer lading dan alleen hun taak. Ze dragen ook iets voor de anderen. Dit soort rollen heeft elk team — ze zijn niet uit te bannen, alleen zichtbaar te maken.

Bij deze stereotype rollen speelt een taai mechanisme: projectieve identificatie. Groepen hebben eigenschappen die ze liever niet bij zichzelf zien — kwetsbaarheid, agressie, twijfel, jaloezie, afhankelijkheid. En wat een groep onbewust doet is die eigenschappen neerleggen bij één persoon, die ze vervolgens gaat leven. Die persoon wordt “de kwetsbare”, en de rest mag de sterke zijn. Die persoon wordt “de boze”, en de rest mag de redelijke zijn. Zolang één persoon het draagt, hoeven de anderen er bij zichzelf niet naar te kijken. Dit is waarom bepaalde rollen zo vastklikken: de groep heeft er belang bij dat jij erin blijft, omdat anders iemand anders iets moet dragen dat liever niet gezien wordt.

Rollen die wel zijn afgesproken

Daarnaast zijn er functionele rollen: leidinggevende, specialist, coördinator, adviseur, notulist. Echt een ander pakket aan verantwoordelijkheden en rechten — in principe formeel belegd. Niet elke groep heeft een heldere of volledige functionele rolverdeling (en waar die ontbreekt, vult de stereotype verdeling dat gat op), maar waar wel iemand leiding geeft, ontstaat er altijd verticale dynamiek: spanning die niet speelt tussen gelijken, maar tussen lagen.

In die verticale dynamiek gebeurt iets wat lijkt op de projectieve identificatie van daarnet, maar dan tussen hië̈rarchische lagen. Teamleden projecteren op hun leidinggevende eerdere autoriteitsfiguren — oude ouders, vroegere bazen, docenten die streng waren. De leidinggevende projecteert op zijn beurt onbewust iets terug: oude patronen van hoe hij zelf met gezag omging, verwachtingen over wie vertrouwelijk kan of niet. Dat heet overdracht en tegenoverdracht. Marits collega’s zien haar niet alleen zoals ze is — ze zien ook iets dat niet van haar is. En zij ziet hen niet alleen zoals ze zijn. Er zit een extra laag tussen, die je moeilijk in je eentje opruimt.

Functionele rollen kunnen een groep enorm helpen als ze helder zijn gedefinieerd. Dan weet iedereen wie wat doet, en wordt minder werk onbedoeld op één iemands schouders gelegd. Maar ook in de best georganiseerde groep blijft de verticale dynamiek bestaan — zolang er iemand is die leiding geeft, bestaat er iets tussen die laag en de rest. Dat ontloopt niemand.

En de anderen passen zich aan — maar andersom

Nog iets wat onderbelicht blijft bij anders-zijn: de anderen passen zich ook aan. Alleen niet in jouw richting.

Als jij de criticus bent, worden de rest langzaam toleranter voor kritiek — niet omdat ze het ermee eens zijn, maar omdat ze er immuun voor worden. Als jij de voorloper bent, leren de anderen dat jouw punten later wel langskomen als ze er zelf aan toe zijn; ze voelen zich niet meer aangesproken om nu te reageren. Als jij de kwetsbare bent, richten de anderen zich in als dragers van de sterkte. Het systeem vindt een nieuw evenwicht waarin iedereen zijn positie heeft — en iedereen past zich erop aan.

Dat klinkt als een patstelling, maar het is er ook een: de situatie houdt zichzelf in stand, ongeacht wat jij doet. Pas als er iets verschuift in het hele systeem tegelijk — als iemand de rol die jij draagt expliciet op zich neemt, als de groep een crisis doormaakt waarin de rollen moeten worden herverdeeld, of als er van buitenaf iets kantelt — kan de oude dynamiek openbreken.

Verschillen gebruiken of niet?

Hopelijk heb je hiermee inzicht en woorden voor iets wat je langer bezighield. Je krijgt beter inzicht in wat zorgt voor ‘anders zijn’ en wat het in stand houdt. Hopelijk is het ook duidelijk dat anders zijn niet iemands schuld is, maar dat verschillen in een team nu eenmaal bestaat, en onbedoeld negatief versterkt worden.

Op het moment dat onbewust de rollen ‘vastgezet’ zijn, is het lastig om met je team verder te groeien. Er wordt geen gebruik gemaakt van verschillen van inizhct om tot betere besluiten te komen. Verschillen worden gebruikt om schuld en verantwoordelijkheid af te schuiven – onbedoeld, maar het zet het team wel op slot.

Wil je dat verschil in jouw team kracht gaat opleveren in plaats van het verder op slot te zetten? Plan een call → Dan kijken we waar bij jullie de rollen vastklikken, en wat nodig is om ze in beweging te krijgen.

By | 2026-04-22T21:49:30+00:00 April 22nd, 2026|Uncategorized|0 Comments

About the Author:

Avatar for Peter Clausman
Peter Clausman helpt professionals en leiders binnen organisaties, die zien dat het beter kan, om hun visie en ideeën te realiseren. Zowel bij persoonlijke effectiviteit en voor maximaal effectief samenwerken. [[[BLIJF OP DE HOOGTE]]] Download de Gids 'Persoonlijke Veranderkracht'Download de Gids 'Een gemotiveerd Team'

Leave A Comment